Ruimte en de eerste minuut
Neem een hoge pan waar de slierten heel in staan, of leg ze plat in een brede hapjespan. Roer in die eerste minuut een paar keer door: dan geeft spaghetti het meeste zetmeel af en bakken de slierten aan elkaar.
Saus die zich vastgrijpt
Een dunne sliert heeft weinig plek om iets op te vangen en vraagt dus een saus die vloeit: olie met knoflook, ei met kaas of een gladde tomatensaus. Een grove ragout glijdt eraf en zakt naar de bodem van het bord; hak de stukken klein als je toch iets stevigs wilt.
Dunner, dikker en hol
- Spaghettini: dunner en eerder gaar, op zijn plek bij lichte sauzen van olie, citroen of vis.
- Spaghettoni: dikker en met meer beet, sterk genoeg voor room, ei of gehakt.
- Bucatini: even dik maar hol, zodat de saus ook door de sliert loopt; hij spat, dus draai rustig.
Opdraaien, niet snijden
Schep op met een tang of een spaghettilepel, dan houd je de slierten bij elkaar. Draai er op het bord een paar op de vork, tegen de bodem van een diep bord; een lepel als steun mag, maar hoeft niet. Snijden maakt korte stukjes die de saus niet meenemen.
318 recepten
12 van 318 recepten bekeken
