Patat
Dat eten we nooit! Het is slecht. Junkfood. Enzovoort. Enzovoort. Goed, we eten het wel eens. Maar dan wel hoogst zelden. Echt waar.
Dat eten we nooit! Het is slecht. Junkfood. Enzovoort. Enzovoort. Goed, we eten het wel eens. Maar dan wel hoogst zelden. Echt waar.
De herfst heeft zijn intrede gedaan en tot en met half december worden de dagen alsmaar korter. Hoe korter de dagen worden, hoe minder we in aanraking komen met zonlicht. Zonlicht is een van de belangrijkste bronnen voor de opname van vitamine D3. Onder invloed van zonlicht maakt de huid zelf vitamine D3 aan. Op deze manier wordt dagelijks ongeveer 2/3 van de totale behoefte aan vitamine D3 op natuurlijke wijze aangemaakt.
Zo af en toe gaan we de Aldi binnen, daar hebben ze een heel schap vol dozen en zakken muesli. Veel daarvan is nep. Lees de kleine lettertjes maar eens goed. Dan zit er bijvoorbeeld overdreven veel tarwe in. Zo’n plastic zak is het goedkoopste, daarin zit ook de minst aantrekkelijke inhoud. Maar zo’n doos…
Het houdt hem voortdurend bezig. Hij heeft visioenen. Maar zijn hand komt op de eerste plaats. En dan kijkt hij naar dat stuk hemel boven hem wat hij nog kan zien. Rondom bevindt zich de woestijnachtige omgeving met bergen en veel rots van Utah. En hij zit vast met zijn hand omdat een nogal groot rotsblok iets verschoof. Een klein foutje voor een ervaren klimmer.
Als je er langs komt is hij altijd aan het branden. Een groot deel van de kraam ligt dan al vol met plastic zakken versgebrande doppinda’s. En dat ruikt zo heerlijk! Je blijft vanzelf staan en dan word je als vanzelf overweldigd door die enorme verscheidenheid aan producten. Zuidvruchten, dadels, allerlei nootjes en nog veel meer. Daar heb je dan wel zin in.
Ze fietst op slentertempo door het centrum dat op een horecamedewerker na die de kots van de tegels spuit, nog maagdelijk leeg toont. Ze draagt een groene jas die ooit triomfantelijk in de mode moet zijn geweest, haar lokken springen over de kraag en ze laveert voorzichtig over de stoep tussen achteloos achtergelaten fietsen en omgeschopte terrasstoelen.
‘Wil jij ook een dropje?’ vroeg mijn collega.
Ze hield me een zak clowntjes voor. Ik pakte er een paar en was verkocht. Bij ons eerste bezoek aan de supermarkt zocht ik me rot tussen het snoep. Je gelooft niet wat daar allemaal staat.
Je moet ze de tijd geven. Geduld, daar komt het op neer. Anders hap je harde, nauwelijks smakende brokken weg. Af en toe even voelen, zachtjes knijpen. Testen. Veert het al wat mee? Hoeveel? En dan op een dag denk je, hij kan!
Ik doe het met chirurgische precisie. Laatst was ik ook bezig, keek even niet uit en hup, prikte ik me met dat scherpe mesje in mijn palm. Eerst dacht ik nog: oh, niks aan de hand, tot wat later een bloeddruppeltje aarzelend naar buiten kwam. Het lichaam reageert echt wel! En ik hoef ook geen schil aan één stuk.
Het is zaterdag. Buiten schijnt de zon. We maken een wandeling door de stad, langs de oergezellige, drukke markt en lopen naar Dirk. Als we binnen zijn pak ik een mandje. Ik loop direct naar de broodafdeling. Ja! Ze zijn er! Ik pak de tang en haal hem voorzichtig uit zijn holletje en deponeer hem in een plastic zak waarvan ik zorgzaam het koordje dichttrek en loop bijna triomfantelijk naar de kassa.
Eén rozijnenbroodje.