Column

Pannenkoeken

We gaan naar het pannenkoekenhuis. En dan weet ik al welke pannenkoek ik wil. De jachtpannenkoek. Heerlijk! Een dubbelgeklapte pannenkoek met een heerlijk sausje binnenin, een klein stukje vlees en een halve perzik er bovenop. Je krijgt er rauwkost bij. Eenmaal binnen is het gezellig en zitten we al snel met een drankje voor onze neus en krijgen we het menu.

Oliebollen

Als we de hoek omslaan zien we opeens een partytent in de straat en bakkers druk met oliebollen bakken. Er is ook een kraam waar je allerlei soorten brood kunt proberen en kopen en kinderen die aan een lange tafel figuurtjes maken van speculaasbeslag. We komen dichterbij en zien een grote schaal warme oliebollen liggen. We mogen er zelfs een pakken. Dat worden er wel drie.

Geitenkaas

Den Haag, Prinsjesdag, druk, druk druk. We zien de glazen koets voorbijkomen. Bij Nieuwspoort houdt een vermomde malloot met spandoek elke politicus aan met snedige opmerkingen. Het publiek geniet, lacht en blijft kijken. Maar het wordt later en later en een mens wil ook wel eens eten.

GROEN GELUK

GROEN GELUK

Ik kijk, sinds de kleurrijke uitspraken van de dames, heel anders tegen een ei aan.
“Eten moet geen gedoe zijn,” zeggen ze met droge ogen.
“Elke dag een ander éénpersoonsontbijt, lunch en diner maken”
Eénpersoons… ?

Limoncello

Italië, Garda. We lopen door een drukke, toeristische winkelstraat en zien overal de flessen Limoncello die ons uitnodigen eens een slok te nemen, wat hier en daar ook kan. We worden er verliefd op. We kopen een paar flessen. En die gaan mee terug naar Nederland. Daar lezen we ons verder in op het onderwerp via internet. Het is ook gewoon hier te koop. Gelukkig maar, want we hebben zo’n fles geprobeerd en dat was een heerlijke ervaring.

OH FCK

‘Waarom zie ik een groen aanrecht’, vroeg de Liefste.
Hij keek argwanend naar de zee van avocado’s, sperziebonen, courgettes en andere groene ellende.
‘Nouhou, ik ga gezonder koken’, zei ik.
‘En deze cavia-korrels…?’
‘Dat is quinoa. En dit zijn kikkererwten.’
‘Ehnn… wie gaat dit eten…?’
Zucht… ik voorzag alweer een gedolven onderspit.

HET MEISJE IN DE SPIEGEL

‘Hallo schat, je bent mooi op tijd. Ik heb voor haar ook al thee gezet.’
Ik stap binnen en ik heb geen idee wie ‘haar’ is, maar daar kom ik zo wel achter.
Ze reddert er op los in de keuken. Allerlei heupverdikkende zoetsels op twee schoteltjes, koffie en thee.
Ik laat ‘r lekker en loop door de hal, waar een levensgrote spiegel hangt, naar de kamer.
Maar ‘haar’ zie ik niet.

Fruit

Ze houdt niet van fruit. Hoe gezond het ook is. Hoe lekker het ook oogt in de winkel of op de markt. Dat heeft ze wel afgeleerd bij de nonnen. Die vonden dat ook gezond. En zoals alles dat in die tijd verplicht was, werd fruit dat ook.

Gebak!

Ik heb hem opgebeld en bij mij uitgenodigd. Wat zag hij er sportief uit! Daarna zijn we met de trein naar Amsterdam vertrokken. Hij vroeg me wat we daar gingen doen, maar ditmaal wilde ik het niet verklappen. De pretrimpeltjes rond zijn ogen vertelden me dat hij genoot.

Bossche bol

Die voortdurende glunderende blik in de ogen van mijn ‘Albert Heijn’ vriend liet me de hele reis niet los. In Den Bosch begon ik wel een vermoeden te krijgen. We stapten uit, liepen een lange straat in en toen hield hij opeens halt bij een prachtig pand: ‘Jan de Groot, Bossche bollen,’ zei hij plechtig en daar gingen we binnen. Wat een rij mensen voor de balie!