Bereiding De zalm in reepjes snijden. De witlofblaadjes wassen en uit laten lekken. De eieren loskloppen. De boter in een koekenpan met dikke bodem laten smelten en de eieren hierin gieten. De pan op een klein vuur zetten en blijven roeren tot de eieren beginnen te stollen (ze moeten wel smeuïg blijven). De pan van het vuur nemen, de eieren met de room gladroeren en op smaak brengen met peper en zout. De witlofblaadjes met het roerei vullen en garneren met een reepje zalm en dille. Leg op ieder bord vijf gevulde witlofblaadjes en garneer het geheel met gehalveerde kwarteleitjes, waarop wat zalmeitjes zijn gelegd.