Ingrediënten Voor het deeg: 250 g bloem 75 g water 50 g melk 1 ei 1 eetlepel suiker 1 theelepel zout 7,5 g verse gist 50 g boter Voor de kaasvulling en de afwerking: 50 g boter 30 g suiker 200 g volle kwark 2 kleine eieren 25 g bloem citroensap zout
Bereiding 1. Warm voor het deeg 1/3 van de melk op. Roer er de gist bij tot hij volledig is opgenomen en laat even staan. Zeef de bloem in een kom en kneed er de eieren, het water, een snuifje zout en de rest van de melk door. Meng er ten slotte ook de melk met de gist door. Laat 15 minuten rijzen onder een handdoek. 2. Smelt de boter en roer er de suiker door. Kneed dit door het gerezen deeg. Strooi wat bloem op een werkvlak en sla met de deegbal op het werkvlak tot hij niet meer kleeft (dit heet 'het deeg droogslaan'). Laat nog eens 45 minuten rijzen onder een handdoek. 3. Splits voor de kaasvulling de eieren en klop het eiwit stijf. Meng alle andere ingrediënten en spatel er aan het eind het stijfgeklopte eiwit door. 4. Rol het deeg uit en bekleed er een beboterd bakblik mee. Laat 5 minuten rusten onder een handdoek. Giet er de kaasmassa over en bak 20 minuten in een voorverwarmde oven op 190° C. Tip van patissier Sander Vlaaideeg moet je droogslaan omdat het deeg anders plakkerig blijft. Bloem toevoegen is geen oplossing omdat het deeg dan uitdroogt. Bij deze taart zijn krieken erg lekker. Gebruik hiervoor krieken uit blik of bokaal. Zoet ze met wat gewone suiker en bind het sap met wat maïszetmeel, opgelost in een paar lepeltjes kriekensap. Geef het lauw over de taart.