|
 |
 |
 |
 |
    |
| kerststerren uit de 18 eeuw |
|
|
 |
 |
|
 |
|
|
|
 |
 |
 |
 |
Ingrediënten 200 gram bloem
75 gram poedersuiker 1/2 theelepel zout
1 theelepel kaneelpoeder samen 1 theelepel gemalen kruidnagel,
foelie en nootmuskaat
(verhouding 1:1:1) 150 gram boter
op kamertemperatuur 2,75 deciliter room 1,25 deciliter vers biergist, of 15 gram bakkersgist, of aangemaakte droge gist (4 gram gistkorreltjes, 1,25 deciliter lauw water) 1 ei
2 eidooiers 1 eetlepel rozenwater 400 gram krenten 125 gram rozijnen
glazuur: per 10 gram eiwit 1/2 theelepel rozenwater zoveel poedersuiker dat je een goed glazuur krijgt (50 à 60 gram) eventueel wat voedselkleurstof, zilverpilletjes of gesuikerde bloempjes |
|  |
|
 |
 |
|
 |
|
 |
 |
 |
 |
Bereiding Maak het deeg door eerst bloem, suiker, specerijen, zout en boter te kneden. Meng dan room, gistmengsel, ei, eidooiers en rozewater door elkaar en giet dat terwijl je het deeg kneed geleidelijk erbij. Je kunt ook alles in één keer in de kom gieten en daarna goed mixen tot je een klontvrij dik (zoals cake) beslag hebt. Dek het af met een vochtige doek, en laat het rijzen op een warme plek. Afhankelijk van de gebruikte gist is dat één uur (bakkersgist) of enkele uren (biergist). In mijn vorige huis liet ik deeg en beslag altijd in de boilerkast rijzen. Maar je kunt ook de oven verwarmen tot 50gr C, en als deze iets is afgekoeld (gebruik een oventhermometertje, kost een paar euro) in de oven zetten met de deur of klep op een kleine kier. Snijd ondertussen de krenten en rozijnen klein. Doe ze bij het beslag als dit voldoende is gerezen, en laat nog een uurtje staan. Bereiding: Verwarm de oven voor op 120 tot 130 grC. Niet warmer, want dan verbranden de krenten en rozijnen. Controleer de temperatuur met de al genoemde oventhermometer, want als de temperatuur te hoog is verbranden de rozijnen en krenten. Spreid het beslag in een dunne laag uit over een met siliconen of bakpapier bedekt bakblik, zet dit in het midden van de oven. Bak totdat de koek mooi goudbruin is (afhankelijk van je oven en de dikte van de laag beslag twee tot drie uur). Leg de koek op een grote snijplank of op het aanrecht, en steek of snijd er kleine koekjes van. Laat die verder afkoelen op taartroosters. Maak het glazuur door eiwit te mengen met rozewater en eventueel enkele druppeltjes kleurstof (dan moet er wat meer poedersuiker worden gebruikt) en poedersuiker. Blijf roeren tot alle suiker is opgelost en de eventuele kleurstof egaal verdeeld is. Bestrijk de koekjes met een dun laagje glazuur. Laat even drogen, en bestrijk dan eventueel nog een keertje. Als de glazuur in je kommetje aan de oppervlakte hard is geworden roer je het weer even goed door. Ik maak liever een paar keer een kleine hoeveelheid glazuur dan in één keer een grote kom, want wat moet je met de glazuur die je overhoudt? Die wordt alleen maar keihard, en is mierzoet. Je kunt de koekjes ook op achttiende eeuwse manier afmaken: bestrijk dan de nog warme koekjes met met rozewater losgeklopt eiwit, en strooi er ruim poedersuiker over. Zet terug in de oven totdat de suiker gesmolten en licht verkleurd is. Maar ik vind glazuren leuker. Serveren: Zullen we maar een koekje bij de thee doen? Of wat dacht je van kerstkoekjes? De koekjes blijven enkele dagen goed als je ze in een open schaal legt. In een koekblik kunnen ze te zacht worden. Je kunt de koekjes ook invriezen. In dat geval kun je ze ná het ontdooien glazuren.
Dit recept is toegevoegd op: 22-11 2007 |
|
 |
 |
|
 |
|
 |
 |
 |
 |
Opmerking
| Bron: |
Christianne Muusers |
|
 |
 |
|
 |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
Reacties Er zijn nog geen reacties gegeven
|
 |
 |
|
 |
|
|
|
|
|