Aagt Morsebel nam kleine Piet
In kost en als het kind, des middags aangezeten,
Haar soms zijn walging merken liet:
De vieze bijsmaak van haar knoeisel werd geweten
Aan kaarsvet, roet, noch snuif; ’t was
Altoos: “Lekkertand,
Wat zou het zijn, als aangebrand?”
Nu kwam er eens een schotel vol groen eten
Te voorschijn, die Kok Aagt spinazie had geheten:
Hiervan kreeg kleine Piet zijn deel op ’t bord
gesmakt,
Hij roert er in; hij vindt twee achterpoten
Van d’arme kikvors, onder ’t warmoes kort
gehakt,
En legt, met de ogen half gesloten,
Zijn eetvork neer, terwijl hij vraagt:
“Heeft aangebrand ook voetjes, moeder Aagt? A.C.W. Staring
| Christien
 |
Geplaatst op 06-10 2009 |
|
|
|
|
|
|
|