Bereiding 1. Kook de aardappelen gaar in de schil en pel ze. Snij de kool in dunne reepjes en laat ze 3 minuten blancheren. Pureer intussen de aardappelen met de boter en kruid ze met peper, zout en nootmuskaat. Meng er de gare kool door. 2. Vorm 8 ronde koekjes en wentel ze door de bloem. Leg ze voorzichtig in een pan met bakboter en bak ze aan beide kanten goudbruin. 3. Laat de koekjes uitlekken op een stukje keukenpapier.