Ingrediënten Voor de koek: 300 g patisseriebloem 150 g boter
of bakboter 75 g fijne suiker 1 groot ei En verder: 2 l vanille-ijs (in 2 cirkels van 22 cm diameter) 5 eiwitten 1 pakje vanillesuiker 2 borrelglaasjes Grand Marnier
Bereiding 1. Vermeng de bloem met de fijne suiker. Doe er de in blokjes gesneden boter bij en kneed snel tot een kruimelig deegje. Voeg er het ei aan toe en eventueel een heel klein beetje ijskoud water. Het deeg mag niet plakkerig worden. Kneed goed door. Rol er een bolletje van en zet het 1 uur in de koelkast. 2. Rol het deeg dun uit op een met bloem bestoven werkvlak. Steek er 2 cirkels met een diameter van 22 cm uit. Bak de koeken 10 tot 15 minuten in een warme oven van 190° C. Laat ze afkoelen op een rooster. 3. Klop de eiwitten stijf. Doe er de vanillesuiker bij en blijf stevig opkloppen tot het eiwit glanst en in pieken rechtop blijft staan. 4. Leg een van de twee ronde koeken op een ovenvaste serveerschaal. Leg er een plak ijs op, daarop de tweede koek en dan de tweede plak ijs. Bestrijk de boven- en zijkanten met eiwitschuim. 5. Zet een paar minuten onder een voorverwarmde hete grill, tot het eiwitschuim lichtjes gekleurd is. 6. Verwarm de Grand Manier in een pannetje. Flambeer. Giet de vlammende alcohol voorzichtig over de ijsberg en serveer.